Om onze zomerserie voort te zetten over planten die een lange reis hebben afgelegd voordat ze in onze tuinen terechtkwamen, stellen we je vandaag de magnolia voor, een boom die we goed kennen en waarderen om zijn grote, tulpvormige bloemen. Een plant die van ver komt, de magnolia? Niet helemaal! Deze boom kwam miljoenen jaren geleden al in Europa voor, maar vertrok vervolgens naar Azië en Amerika, waar hij gunstigere klimaatomstandigheden vond, voordat hij dankzij de mens naar Europa terugkeerde. Ontdek in dit artikel de etappes van zijn wonderlijke reis naar onze tuinen!
Een primitieve plant
De magnolia behoort tot de eerste bloeiende bomen die ooit hebben bestaan. Zo zijn er magnoliafossielen gevonden die 36 tot 58 miljoen jaar oud zijn, en bestonden er meer dan 100 miljoen jaar geleden al vertegenwoordigers van deze familie! Magnolia's verschenen al lang vóór de bijen: hun bloemen worden dan ook niet door bijen bestoven, maar door kevers. Dat verklaart waarom hun bloemdelen zo dik en stevig zijn: zo raken ze niet beschadigd door de kevers.
Magnoliabloemen hebben primitieve kenmerken : hun structuur lijkt op die van de allereerste bloemen die ooit hebben bestaan. De bloemknoppen zijn omgeven door schutbladen in plaats van door kelkbladen, en de bloemdelen van het bloemdek (bloembladen en kelkbladen) zijn niet van elkaar onderscheiden - we noemen ze tepalen. Ze staan in concentrische kransen. De bloem produceert veel pollen, omdat kevers zich daarmee voeden. Kevers worden daarentegen niet aangetrokken door nectar, in tegenstelling tot bijen en vlinders, en daarom produceert de bloem geen nectar.
Magnolia's kwamen meer dan 40 miljoen jaar geleden dus al in Europa voor, maar verdwenen tijdens de ijstijden. Alleen de populaties in Azië en het oosten van Noord-Amerika overleefden, omdat de klimaatomstandigheden daar gunstiger waren.

De reis van de magnolia naar Europa
Magnolia's zijn in Azië al heel lang bekend en werden er vanaf de 7de eeuw gekweekt... maar pas aan het einde van de 17de eeuw, toen er veel ontdekkingsreizen en andere reizen werden gemaakt, begonnen ze Europa te bereiken!
De eerste magnolia die in Europa werd geïntroduceerd, was de Magnolia virginiana, afkomstig uit de Verenigde Staten, die in 1688 in Londen aankwam. John Banister, een missionaris die door bisschop Compton was uitgezonden, bracht hem mee van een van zijn reizen naar Virginia.
In 1711 werd de Magnolia grandiflora vanuit de Verenigde Staten in Europa geïntroduceerd, aan boord van het grote zeilschip Le Saint-Michel, dat ook veel botanische soorten uit de Nieuwe Wereld meebracht. De eigenaar van het schip en latere burgemeester van Nantes, René Darquistade, besloot deze soort in de oranjerie van zijn kasteel La Maillardière te planten. De boom werd bijna 20 jaar gekweekt, maar bloeide niet. Daarom vond hij de boom niet interessant en besloot hij hem weg te doen. Zijn vrouw nam hem terug en liet hem in de volle grond in het park planten. Daar vond de boom gunstigere omstandigheden en begon hij eindelijk te bloeien. Hij trok veel regionale kwekers aan, die erin slaagden hem te vermeerderen door luchtafleggen.
De Magnolia grandiflora werd zuidelijke magnolia genoemd, vanwege zijn dikke, glanzende bladeren die aan die van de laurier doen denken en vanwege zijn tulpachtige bloemen.
Vervolgens bracht Roland-Michel Barrin de la Galissonnière, gouverneur van Nieuw-Frankrijk, dat overeenkomt met Louisiana en Quebec, veel bomen en heesters mee. Daaronder was een nieuwe magnolia die hij op zijn landgoed La Galissonnière bij Nantes plantte. De variëteit Magnolia grandiflora ‘Galissoniensis’ kreeg zijn naam.
In 1780 werd de eerste magnolia uit Azië in Europa geïntroduceerd, bijna een eeuw na de introductie van de eerste Amerikaanse magnolia. Het ging om de Magnolia denudata, die door Sir Joseph Banks werd ingevoerd.

De belangrijkste invoer van Aziatische magnolia's vond echter plaats in de eerste decennia van de 20ste eeuw. George Forrest, die door de Koninklijke Botanische Tuinen van Edinburgh naar Azië was gestuurd, bracht tijdens zijn reizen acht magnoliasoorten mee, waarvan er drie nieuw waren in de teelt.
Ernest Henry Wilson, een Britse botanicus, bracht ongeveer 1.500 nieuwe planten uit China mee, waaronder acht nieuwe magnoliasoorten : de Magnolia delavayi, M. officinalis, M. sinensis, M. wilsonii, M. sprengeri, M. sargentiana, M. robusta en M. dawsoniana.
Door de komst van al deze nieuwe magnoliasoorten in Europa, met name in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, gingen kwekers en boomkwekers selecteren om nieuwe hybriden te verkrijgen.
De Magnolia x soulangeana werd zo in 1820 verkregen door Etienne Soulange-Bodin, een gepensioneerde officier uit het leger van Napoleon, die een Magnolia denudata en een Magnolia lilliflora kruiste. Deze hybride werd vervolgens in Engeland en in andere Europese landen en in Noord-Amerika gekweekt en bracht heel veel variëteiten voort !

De oorsprong van zijn naam
De magnolia kreeg zijn naam in 1 703 van Charles Plumier, als eerbetoon aan de Franse arts en botanicus Pierre Magnol (1638-1715), voormalig directeur van de botanische tuin van Montpellier. Plumier noemde ook de Begonia naar Begon, de Fuchsia naar Fuchs enzovoort.
Carl von Linné bestudeerde vervolgens een boom die in Europa bekendstond als Tulipifera. Hij hernoemde deze tot Magnolia en besloot tegelijkertijd de boom die Plumier Magnolia had genoemd, de naam Talauma te geven.
In 1735 bevestigde Carl von Linné deze naam voor de magnolia. In 1753 nam hij de naam Magnolia op in de eerste editie van Species Plantarum.

Het gebruik van de magnolia
De magnolia wordt al meer dan duizend jaar gebruikt in de traditionele Chinese geneeskunde. De eerste verwijzingen naar zijn geneeskrachtige eigenschappen dateren uit 1 083. De magnolia staat erom bekend de goede doorstroming van de levensenergie (Qi) te bevorderen en helpt bij het verlichten van hoest, astma, spijsverteringsproblemen, angst en slaapstoornissen. De gebruikte delen waren de schors en de bloemknoppen.
Recente studies hebben bij de werkzame stoffen van de magnolia de geneeskrachtige waarde van honokiol en magnolol aangetoond. Deze stoffen uit de schors van de magnolia hebben een antikankerwerking en ontstekingsremmende en antidepressieve eigenschappen. Ze ondersteunen de darmfunctie, helpen de gewrichten soepel te houden en verzachten de symptomen van de menopauze. Ze helpen ook de hersenfuncties op peil te houden en de hersenen te beschermen tegen de ziekte van Alzheimer.
De magnolia in de tuin
Magnolia's groeien in de tuin goed op een diepe, koele en humusrijke bodem die neutraal tot licht zuur is, op een zonnige of halfbeschaduwde standplaats. Ze verdragen zonder problemen luchtvervuiling en zijn zeer geschikt voor stadstuinen. Ze zijn bovendien goed winterhard en verdragen temperaturen tot – 20 °C, soms zelfs – 25 °C.
Wintergroene magnolia's zoals de Magnolia grandiflora zijn prachtig in grote tuinen, bijvoorbeeld solitair midden in een gazon of als laanboom langs een tuinpad. Bladverliezende magnolia's (Magnolia stellata, M. soulangeana, M. denudata…), die bescheidener van formaat zijn, komen eerder tot hun recht in een heesterborder of bloeiende haag, bijvoorbeeld samen met Japanse sierkwee, forsythia's en rode ribes... Ze passen ook in een Japanse tuin, samen met Japanse esdoorns, azalea's, bamboe, varens en grassen.
Opmerkingen