Armoracia rusticana Variegata, Raifort
Armoracia rusticana Variegata - Mierikswortel
Armoracia rusticana Variegata
Mierikswortel , Mierik , Peperwortel , Kreno , Boerenradijs , Meerradijs , Mieredik , Mierikwortel , Kapucijnenmostaard
Laat u verleiden door andere soortgelijke variëteiten die op voorraad zijn
Alles bekijken →12 maanden terugnamegarantie op deze plant.
Meer info
Wij garanderen de kwaliteit van onze planten gedurende een volledige groeicyclus.
Wij vervangen op onze kosten elke plant die niet is aangeslagen onder normale klimatologische en plantomstandigheden
Does this plant fit my garden?
Set up your Plantfit profile →
Beschrijving
Armoracia rusticana ‘Variegata’ est un raifort panaché rare en culture, une plante potagère particulièrement décorative. Il forme rapidement une grosse touffe de feuilles éclaboussées de crème, lumineuse dès le printemps, et sa racine comestible recèle la saveur piquante du raifort traditionnel. On l’installe au potager d’ornement, dans un massif frais ou dans un grand pot pour mieux canaliser sa vigueur. C’est une plante condimentaire rustique, utile et dotée d'une belle présence au jardin.
De la famille des Brassicacées, à l'instar des radis, cette vivace herbacée est connue sous les noms de raifort, grand raifort ou cranson. Son aire d'origine se situe du sud de l’Ukraine au sud de la Russie d’Europe. La plante est cultivée depuis très longtemps et se rencontre à l'état subspontané près des habitations dans une grande partie de l’Europe. Le raifort vit plusieurs années, entre en repos en hiver puis repart de sa souche charnue au printemps.
'Variegata’ développe un feuillage beaucoup plus décoratif que celui du type : de grandes feuilles basales oblongues, plus ou moins ondulées, épaisses, luisantes, portées par de longs pétioles, aléatoirement maculées de blanc crème. Certaines feuilles ne portent que quelques taches, d’autres sont largement éclaboussées, presque blanches par endroits. La touffe est dressée, ample, et atteint 60 à 90 cm de hauteur pour 45 à 90 cm d’envergure, davantage avec l’âge en terrain profond. En pot, elle sera un peu moins vigoureuse. Sa croissance est rapide en terre riche et fraîche. Sous terre, la plante forme une grosse racine pivotante blanche, charnue, très aromatique, accompagnée de racines latérales capables de produire de nouvelles pousses. En pleine terre, si elle n'est pas récoltée régulièrement, elle finit par coloniser l’espace. La floraison, discrète mais charmante, paraît de mai à juillet selon le climat : de petites fleurs blanches à quatre pétales, groupées en grappes ou panicules lâches au sommet de hautes tiges robustes. Les graines sont viables, mais la multiplication se fait surtout par éclats de racines.
On récolte des racines en automne ou au début du printemps. Les jeunes feuilles peuvent aussi se consommer, crues ou cuites. La racine se consomme râpée, avec un peu de vinaigre, pour accompagner poissons fumés, viandes froides ou sauces. Elle renferme des composés soufrés caractéristiques des Brassicacées et apporte notamment de la vitamine C, même si on la consomme généralement en petite quantité.
Le raifort a été désigné Herb of the Year en 2011 par l’International Herb Association.
Au jardin, ce raifort panaché s'installe au potager d’ornement, en lisière de massif ou dans un grand bac profond, ce qui permet de garder ses racines sous contrôle. En pleine terre, plantez-le dans une terre meuble, riche et fraîche ; vous récolterez une partie des racines après les premières gelées ou au sortir de l’hiver. À mi-ombre, vous pouvez l'associer à l’Astrantia major ‘Sunningdale Variegated’ et au Brunnera macrophylla ‘Jack Frost’. L'oseille sanguine, Rumex sanguineus, constitue une excellente compagne : vigoureuse, elle offre un feuillage décoratif veiné de rouge que l'on apprécie en cuisine pour sa saveur acidulée et sa richesse nutritionnelle.
{$dispatch("open-modal-content", "#customer-report");}, text: "Please login to report the error." })' class="flex justify-end items-center gap-1 mt-8 mb-12 text-sm cursor-pointer" > Een fout in de inhoud van deze pagina melden
Bloei
Blad
Groeiplaats
Botanisch
Armoracia
rusticana
Variegata
Brassicaceae
Mierikswortel , Mierik , Peperwortel , Kreno , Boerenradijs , Meerradijs , Mieredik , Mierikwortel , Kapucijnenmostaard
Armoracia lapathifolia, Armoracia sativa, Cochlearia armoracia, Rorippa armoracia
Tuinbouw, Oost-Europa, Rusland
Andere Vaste planten van A tot Z
Alles bekijken →Aanplant en verzorging
Wanneer planten?
Voor welke locatie?
Behandelingen
Dit artikel heeft nog geen beoordeling ontvangen; deel uw ervaring als eerste
Hebt u niet gevonden wat u zocht?
Winterhardheid is de laagste wintertemperatuur die een plant kan verdragen zonder ernstige schade op te lopen of zelfs te sterven. Deze winterhardheid wordt echter beïnvloed door de standplaats (beschutte plek, zoals een patio), bescherming (winterhoes) en grondsoort (winterhardheid wordt verbeterd door goed doorlatende grond).
De zaaitijden die op onze website worden vermeld, gelden voor landen en regio's in USDA-zone 8 (Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Ierland, Nederland).
In koudere regio's (Scandinavië, Polen, Oostenrijk...) moet u het zaaien in de volle grond 3 tot 4 weken uitstellen of in een kas zaaien.
In warmere klimaten (Italië, Spanje, Griekenland, enz.) moet u het zaaien in de volle grond enkele weken vervroegen.
De oogstperiode die op onze website wordt vermeld, geldt voor landen en regio's in USDA-zone 8 (Frankrijk, Engeland, Ierland, Nederland).
In koudere gebieden (Scandinavië, Polen, Oostenrijk...) zal de oogst van fruit en groenten waarschijnlijk 3-4 weken later plaatsvinden.
In warmere gebieden (Italië, Spanje, Griekenland, enz.) zal de oogst waarschijnlijk eerder plaatsvinden, afhankelijk van de weersomstandigheden.
De plantperiode die op onze website wordt aangegeven, geldt voor landen en regio's in USDA-zone 8 (Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Ierland, Nederland).
Deze varieert afhankelijk van uw woonplaats:
- In mediterrane gebieden (Marseille, Madrid, Milaan, enz.) zijn de herfst en winter de beste plantperiodes.
- In continentale gebieden (Straatsburg, München, Wenen, enz.) moet u het planten in het voorjaar 2 tot 3 weken uitstellen en in het najaar 2 tot 4 weken vervroegen.
- In bergachtige gebieden (Alpen, Pyreneeën, Karpaten, enz.) kunt u het beste aan het einde van de lente (mei-juni) of aan het einde van de zomer (augustus-september) planten.
In gematigde klimaten moeten voorjaarsbloeiende struiken (forsythia, spireas, enz.) direct na de bloei worden gesnoeid.
Zomerbloeiende struiken (Indische sering, Perovskia, enz.) kunnen in de winter of het voorjaar worden gesnoeid.
In koude regio's en bij vorstgevoelige planten moet u te vroeg snoeien vermijden wanneer er nog strenge vorst kan optreden.
De bloeiperiode die op onze website wordt aangegeven, geldt voor landen en regio's in USDA-zone 8 (Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Ierland, Nederland, enz.)
Deze kan variëren naargelang uw woonplaats:
- In zones 9 tot 10 (Italië, Spanje, Griekenland, enz.) zal de bloei ongeveer 2 tot 4 weken eerder plaatsvinden.
- In zones 6 tot 7 (Duitsland, Polen, Slovenië en lagere berggebieden) zal de bloei 2 tot 3 weken later plaatsvinden.
- In zone 5 (Midden-Europa, Scandinavië) zal de bloei 3 tot 5 weken later plaatsvinden.